| ||
|
Als het goed is komt u HIER vandaan en kunt u ZO weer terug.
| ||
![]() | ||
|
Citaat uit een interview met een Nederlandse succesauteur, HP/De Tijd, juni 2014:
Niets kan mij kwader maken dan een slechte recensie. Als mijn nieuwe boek, waar ik dus een fucking jaar aan heb gewerkt, door een of andere hanglul wordt bestempeld als: ‘Het is niks’, dan word ik heel onvriendelijk. Dan word ik acuut genocidaal. Aan deze uitspraak moest ik terugdenken – onzin, natuurlijk, ik heb gewoon even gegoogled, ik moet toch ergens beginnen - toen ik geconfronteerd werd met een “recensie” van het laatstverschenen boek van de man die hierboven aan het woord is: Ilja Gort, voormalig drummer van de Nederpopband After Tea (de tweede, ietwat ruigere bezetting, vermeld ik er voor de zekerheid nog even bij), nadien onder meer muziek-producer, componist van reclame-tunes, wijnboer, maker van verrekt leuke televisieprogramma's, auteur van fijne romans in het lichtere genre en uitgever. De eerdergenoemde bespreking is van de hand van professor doctor Jos Joosten, Hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, maar in zijn vrije tijd (althans dat hoop ik dan maar) nooit te beroerd ook de leerstoel Hovaardigheid te bekleden. U kunt het artikel nalezen; let u daarbij vooral op de werkelijk briljante woordspeling in de titel: GORT, GORTER, GORTIGST. Naar aanleiding van enkele reacties op dit artikel berichtte de professor, na enig aandringen, als volgt: Ik wijs op feitelijke fouten en niemand heeft nog kunnen aantonen dat wat ik daarover zeg onjuist was. De professor heeft wat dit betreft wellicht gelijk, dat is het probleem ook niet, het euvel zit hem in hetgeen hij met zijn “gelijk” meent te kunnen en moeten doen, en vooral: de ronduit botte en arrogante manier waarop dat vervolgens gebeurt. De professor, in een later stadium van de “discussie”, nogmaals: Eén ding wil ik nogmaals rechtzetten: er wordt door mij niet, ook in mijn vorige stukje niet, op de man gespeeld. Daar is bij Gort, voor wie zou willen, natuurlijk voldoende aanleiding toe - maar ik heb me steeds beperkt tot stilistische en compositorische, dus technische, kwesties – waarvan niemand me heeft kunnen laten zien dat ze onjuist zijn. Goed dat de professor dit al even olijk betitelde, in juli 2022 verschenen artikel nog even aanhaalt, u kunt het hier nalezen: GORTIG! Welnu: bij dezen neem ik de uitdaging aan. Heeft de professor inderdaad gelijk zoals hij zo stellig beweert? En wordt er door hem inderdaad NIET op de man gespeeld? We gaan het zien: on y va! Eric Schneyderberg - juli 2026 -------------------------- -------------------------------------------------------- ----------------------------------------------------------------------------------- | ||
![]() | ||
|
Over Ilja Gorts roman Vrije Vogels (2022) heeft professor doctor Jos Joosten op
dit platform het volgende te melden:
Gorts roman is een opeenstapeling van onwaarschijnlijkheden, lomp effectbejag, een grieperig vertelperspectief, vlak taalgebruik en nogal mislukte pogingen tot humor. De personages zijn stereotypen. Geen gek begin, de man heeft er duidelijk zin in. De Brabantse bendeleider Sjeng Schellekens (die dus interessant genoeg een Limburgse voornaam heeft), praat niet gewoon maar ‘bromt’ of ‘gromt’ consequent en denkt voornamelijk in termen van bier. De professor is weliswaar van de letteren en van het houtje, maar hij koketteert ook graag met zijn liefde voor en kennis van popmuziek; hij schrijft er zelfs lange artikelen over. In dit verband had de door Gort gebruikte naam bij hem best een belletje mogen doen rinkelen: dit is een duidelijke knipoog naar een in Brabant geboren collega-drummer die, net als Gort zelf, inmiddels flink zijn sporen heeft verdiend in de muziekwereld. Of is het een veeg uit de pan? Wie het weet mag het zeggen, maar hoe dan ook: over dat badinerende interessant genoeg (en vooral dat dus) moet de professor zich nog maar eens buigen. Ach ja, de professor heeft iets met namen, hij doet er ook graag leuke dingen mee, kijk maar naar de grappige titels van zijn artikelen! Zo publiceerde hij eind 2021 (op wat achteraf diens allerlaatste verjaardag bleek te zijn) een "warm-menselijk" stukje over de op dat moment terminaal zieke zanger en tekstdichter Jan Rot met als titel Rotter dan Rot. Ja, deze professor, dat is me er eentje hoor! Dit keer is hij erg streng: hij ontzegt eenieder die buiten de grenzen van Limburg geboren is het recht Sjeng genoemd te worden. Maar bovenal ontzegt hij Ilja Gort het recht zijn pact met de lezer ten uitvoer te brengen, de wijsneus! Genoeg hierover, het wordt tijd voor wat actie, de professor citeert: DRUM ROLL! Opeens verlichtte een bliksemflits een donkere gedaante, groot en onverzettelijk als een rotsblok. Verankerd in de aarde als een zwarte demon, omhooggekomen uit de hel. Wijdbeens in zijn lange leren jas leek hij de nacht naar zich toe te trekken. Traag strekte hij zijn arm en richtte een pistool op Abels hoofd. “Aju Fransman. Je bent dood.” De professor neemt hier aanstoot aan, maar waarom eigenlijk? Prima tekstje toch, vooropgesteld dat je iets met het genre hebt? Ik zal het eens door de Google-vertaalmangel halen, we zitten hier tenslotte niet voor niets met boek en al in Frankrijk. Soudain, un éclair illumina une silhouette sombre, massive et immobile comme un rocher. Enracinée au sol telle une créature noire surgie des enfers. Les jambes écartées dans son long manteau de cuir, elle semblait attirer la nuit à elle. Lentement, elle étendit le bras et pointa un pistolet sur la tête d’Abel. “Adieu, compatriote. Tu es mort.” Wees eerlijk: het is toch net alsof je Jean Gabin hoort praten? In het Engels misschien ook nog even, voor de sfeer? Suddenly, a flash of lightning illuminated a dark figure, large and immovable as a boulder. Anchored to the earth like a black demon risen from hell. Standing legs apart in his long leather coat, he seemed to draw the night toward himself. Slowly, he extended his arm and aimed a pistol at Abel’s head. “So long, Frenchman. You’re dead.” Ook niets mis mee; Raymond Chandler en James M. Cain zouden zich er niet voor hebben geschaamd, een lispelende Humphrey Bogart al helemaal niet. De professor is teleurgesteld, de professor wil bloed zien, hij schrijft: Maar doodgaan deed hij niet. Integendeel, nog geen driekwart pagina – oftewel een paar minuten vertelde tijd – verder zitten de twee mannen gebroederlijk aan de wijn en gaan ze als onafscheidelijke vrinden door het leven. FREEZE FRAME! Hier gebeurt iets eigenaardigs: de professor beschrijft hier een specifiek tafereel dat zich op een specifiek moment afspeelt: we zien twee mannen verwikkeld in een geanimeerd gesprek, wijnglazen in de hand of op zijn minst binnen handbereik. Wat zouden ze tegen elkaar zeggen? "Joh! Zitten wij hier effe gezellig door het leven te gaan!"? Ik vermoed toch echt van niet. Nee, de professor is in zijn haast vergeten ergens een paar woordjes als vanaf dat moment in te voegen. Slordig taalgebruik, zullen we maar zeggen, of - in de woorden van de professor - grieperig vertelperspectief: we gaan het nog een paar keer tegenkomen. Volgende alinea: Met drugsgeld financiert de ‘bendeleider’ nu zijn eigen wijndomein. (Als dit boek niet in eigen beheer was uitgegeven, had een serieuze redacteur naast andere amateurismen ongetwijfeld een streep gezet door het veelvuldig gebruik van dat woord). Alweer bingo! Wat doet de aanduiding naast andere amateurismen op deze plek in de zin? De professor wil ons van alles duidelijk maken maar struikelt daarbij iets te vaak over zijn eigen woorden. En een streep zetten door een gebruik, een veelvuldig gebruik nog wel, kan dat zomaar? In de daaropvolgende regels beschrijft de professor dingen die hij zelf had kunnen bedenken en die uiteraard en/of even uiteraard en/of ook nog eens gebeuren: zowel namelijk als kennelijk. Goed om te weten dat de professor toch nog enige consistentie en logica in de tekst heeft kunnen ontdekken. | ||
![]() | ||
|
PAUZEFILMPJE!
Maarten 't Hart over Ilja Gort (want ieder zijn stijl). U heeft het gehoord: toch ook even een klein naamgrapje, maar op deze manier moet het kunnen. Okay dan, kom er maar in, door Gort iets te frivool omschreven vrouwspersoon op wier naam de professor natuurlijk ook nog iets aan te merken heeft! Door de schuld van deze wulpse dame (ze kan praten met dieren, dus ook met ezels, en is in staat deze eigenschap over te dragen op de hoofdpersoon), dreigt de boel te ontsporen – zo meent de professor: Flauwekul in het kwadraat dus, met de diepgang van een opblaasboot. Alle hens aan dek! Let op: En dat redt Gort ook niet door die ezel die ze onderweg ontmoeten en meenemen Plato te noemen, en meteen erna te schrijven: "Het schijnsel van de vlammen maakte schaduwen op de stenen muren, de ezel was erbij gaan liggen." Ik bespeur averij in de vorm van iets dat veel weg heeft van een contaminatie (helpen versus redden) die naadloos overgaat in een anakoloet: deze regels lijken alle kanten op te schieten. De professor heeft het zo druk met zijn opblaasboot (de blaaskaak) dat hij niet in de gaten heeft hoe hij de lezer, aan de hand van de woorden dat (hier functionerend als lijdend voorwerp) en redt (terugslaand op de vermeende flauwekul en/of de diepgang), een semantisch doolhof injaagt waar met geen mogelijkheid meer uit te komen is. Althans niet zonder onbedaarlijk in de lach te schieten. Ik heb overigens altijd gedacht dat anakoloet de benaming voor een uitgestorven vissoort was, maar mijn AI-modus schijnt daar heel anders over te denken; weer wat geleerd dankzij deze professor, die intussen onverschrokken doorgaat: I saw what you did there, Ilja. Kijk eens aan, de professor wordt streetwise en spreekt ineens de taal van het volk; daarop is maar één antwoord mogelijk: You better look twice, buddy! Het moet gezegd: de professor doet het niet onaardig in deze korte monoloog richting het plebs, met dat lelijke net als dat je van 'm. En kijk eens wat hij verder nog voor ons in petto heeft: refereren naar in plaats van aan! Net als dat je de hippie Abel met hangende jezusharen plaats laat nemen op die ezel. En zelfs al zou de stilaan steeds vaker zelf aan het woord zijnde ezel refereren naar de sprekende ezel van de Bijbelse Bileam (wat ik overigens niet geloof), dan geldt nog: intertekstualiteit is leuk, maar het moet wel ergens op slaan. PLOT CHANGE! De stemming slaat om: de professor introduceert hier op eigen initiatief een element uit de bijbel, vermeldt erbij dat dit een vergezochte referentie is waar hij zelf niet in wil geloven, en maakt Gort vervolgens het verwijt dat dit nergens op slaat. Dat schijnt de man wel vaker te doen: mensen onderuit proberen te halen met dit soort gluiperige geintjes. Hoe noemt men zoiets ook alweer? Juist, een stropopredenering. We hebben het dieptepunt bereikt. | ||
![]() | ||
|
En gedurende de aftiteling van deze film noir zien we hoe Ilja Gort zijn geanimeerde schare volgers behendig richting de horizon loodst; de professor - chagrijnig sukkelend op zijn ezeltje, de stropop stevig onder de arm geklemd - in een langgerekte stofwolk achterlatend.
Ik zie het beeld haarscherp voor me, ik kan er geen genoeg van krijgen. Partners in crime, hoor mij aan! Heb ik misschien naar de verkeerde film zitten kijken? Ben ik wellicht halverwege in slaap gevallen? Heb ik soms te veel popcorn gegeten? Zit ik ergens fout en/of heb ik iets gemist? Vertel het me! ANTICLIMAX! Hoe dan ook: ik hoop te hebben kunnen aantonen dat dit deel van het betoog van de professor een paar mankementjes bevat, en dat zijn bewering dat er niet op de man wordt gespeeld niet geheel op waarheid berust. Maar u zult begrijpen: op het moment dat de goede man begint te fulmineren over Gorts verdedigingslinie, de mateloze arrogantie van anderen [SIC!] en een stukje literair neoliberalisme wordt het tijd voor mij om af te haken; verder ingaan op zijn meest recente tweede artikel moet ik dan ook maar niet doen. Dat is mede vanwege een nijpend gebrek aan munitie, dat geef ik eerlijk toe. Maar ja, wat wil je: de professor heeft zich diep ingegraven in zijn Nijmeegse schuttersputje en spuwt vuur met academische termen als kutboek en nonsensicale flutkool en vaktechnische kwalificaties als onmondige prutser en cynische zakkenvuller. Daarnaast roept hij - met de Code Napoleon in zijn binnenzak - de hulp van Willem Frederik Hermans in; daar kan ik natuurlijk niet tegenop. Hoogste tijd om af te ronden, maar eerst nog even dit: In een reactie op een aanmerking op het laatstgenoemd artikel rept de professor van een handig Hollands zakeninstinct, om vervolgens te melden dat daar ethisch iets over te zeggen valt en dat dit al helemaal niets meer te maken heeft met literatuur of literaire kwaliteit. Welnu, wat dat laatste betreft zou ik zeggen: waarom lult die man dan in godsnaam zo ontzettend veel over de inhoud van dat door de - professor zegt het, maar ik zeg de - CPNB gratis verstrekte boekje?! De slotzin van datzelfde verweer luidt: Dat alles aan de kaak stellen heeft niets te maken met ‘snobisme’ Snobisme, ik ben blij dat de professor deze term in de “discussie” zelf ook nog even heeft gebruikt. | ||
![]() | ||
|