GERARD REVE 100
BOUDEWIJN BÜCH 75

- tweede deel -

deel een en drie (of lees het hele verhaal in PDF)


terug naar de nederlandse letteren


www.aeric.nl

 

Het bibliofiele gedonder waar aan het eind van het eerste deel voor gewaarschuwd werd kon uiteraard maar van één kant komen: Gerrit Komrij.

Komrij was nog niet klaar met zijn acties tegen Boudewijn Büch, op 20 november 1991 brandde hij in NRC Handelsblad in zijn rubriek Een en Ander opnieuw los:

Büch heeft allang zijn bestaan van romantische pseudo-rebel met dichterlijk talent ingeruild voor dat van een geëxploiteerd televisieschaap [...] hij wenst gewoon alles, ook het onstoffelijke, verzilverd te zien.

Dat Büch zelf in de catalogus van De Slegte [...] beweert dat ‘geld niets met deze beslissing te maken’ heeft - och, Boudewijntje is, zoals iedereen weet die zijn werk een beetje kent, van zijn eerste leugen niet gebarsten.
 


 
Nee, het werd er niet gezelliger op.

Gelukkig wordt op dit moment - in de chronologie eind 1991 maar in werkelijkheid 32 jaar later - het schrijfproces opgevrolijkt door de ontvangst van een wonderlijk boekje; 10 maanden geleden uitgegeven maar uit laksheid nog niet eerder aangeschaft.

Het werkje [1] omvat een diep menselijke tekst van Gerrit Komrij over Boudewijn Büch, met een zes keer zo lang nawoord van de hand van Komrijs biograaf [2].

Een dubbele garantie voor een objectief verhaal, wat kan er in hemelsnaam misgaan?

Welnu, via deze omweg kan ik u laten zien wat er zoal misgaat in dat boekje, zodat wij ons hier verder kunnen bezig houden met de minder vervelende zaken.

Op 22 februari 1992 verscheen in NRC Handelsblad een groot artikel over de in Nederland opkomende handel in handschriften, met als kop DE WAARDE VAN EEN BOODSCHAPPENBRIEFJE.

Een relevant stuk om desgewenst even bij stil te staan.

De handel in Reveana (die bij mij nog even op stoom moest komen) kwam uiteraard prominent aan de orde, maar ook Büch en Komrij werden uitgebreid aan het woord gelaten over hun ervaringen met dit deel van de markt.

De kwalificatie "totaal onbeduidend" die Boudewijn in dit artikel over had voor zijn zojuist door mij op de markt gebrachte jeugdwerk had geen negatieve invloed op de verkoop, integendeel zelfs, maar het had wel iets anders tot gevolg:

Twee dagen later ontving ik een brief van een margedrukker uit het zuiden des lands waarin mijn begrip werd gevraagd voor het feit dat hij alsnog had besloten af te zien van het herdrukken van VIJF GEDICHTEN, Boudewijns onofficiële poëzie debuut uit 1967 (voor de die hards: zie catalogus nr. 1967/1).

Hij meende dat niemand gebaat zou zijn bij een drukje van iets dat “totaal onbeduidend” was. Gelijk had hij.
 


 
Het typoscript van de door de dichter licht herziene versie van dit bundeltje, inclusief gloedvolle verantwoording, ligt al ruim 30 jaar te schimmelen in mijn archief.

In het geval van Gerrit Komrij werkte het precies andersom: zijn verzencyclus MIJN MINNAARS uit 1964, in bovenstaand artikel door hem omschreven als “een puberale dus pedante poging tot poëzie van een paar pagina's", werd uiteindelijk wel fraai herdrukt, maar het originele handschrift dat in februari 1991 door een collega handelaar luid en duidelijk werd aangeboden bleef al die tijd onverkocht.

Het manuscript kwam op termijn door middel van een ruilhandeltje bij mij in de Kalverstraat terecht, waarna het in april 1993 voor net iets meer dan de helft van dat mythische bedrag dat maar blijft rondzingen [3] in de collectie van een verzamelaar belandde.

Komrijs verbouwereerde reactie op het bericht waarmee ik hem over deze verlate verkoop op de hoogte bracht behoort tot de hoogtepunten uit onze correspondentie [4].

Nee, de handel in handschriften was in die tijd niet zo lucratief als werd voorgespiegeld en, ja, fantasten heb je altijd en overal.

Nee, de handel in handschriften was in die tijd lang niet zo lucratief als werd voorgespiegeld en, ja: fantasten heb je altijd en overal.

Oplichters overigens ook, maar dat is weer een ander verhaal (een verhaal zo triest dat zelfs Boudewijn Buch het niet zou hebben kunnen verzinnen).



De correspondentie met Gerard Reve werd langzaamaan overgenomen door Joop Schafthuizen, die het al gauw over een geheel andere boeg gooide.

Hierdoor begon mijn eigen handel in "boodschappenbriefjes” steeds meer vorm te krijgen, iets dat de literaire roddelrubriek in Vrij Nederland, 17 oktober 1992, de volgende uitspraak ontlokte:

Onuitputtelijk blijkt de voorraad manuscripten, typoscripten, gesigneerde eerste drukken en andere bibliofiele lustobjecten rondom Gerard Reve die het Amsterdamse antiquariaat De Slegte boven water haalt.

In mijn alweer zevende catalogus KALVERSTRAAT (CENTRUM) die in september 1992 uitkwam is inderdaad een fors aantal fraaie handschriften en typoscripten van de Volksschrijver terug te vinden.

Deze catalogus bevatte overigens ook beschrijvingen van het complete archief van Phoenix Editions, de uitgeverij van David Simaleavich, met wiens collectie het voor mij in 1989 allemaal begon.

Begin februari 1993 berichtte een opvallend groot aantal dagbladen over de verkoop van een collectie Reveana, ik pik er eentje voor u uit.
 


 
In Het Parool van 4 februari 1993 verscheen een artikel met bovenstaande, licht marktbedervende kop, dat nogal curieus begint:

Van Dis zegt u? Sorry, maar wie is dat ook al weer?

Schrijver Gerard Reve reageert wat korzelig op het nieuws dat Adriaan van Dis zijn collectie Reviana heeft verkocht aan Boekhandel J. de Slegte in Amsterdam.

Ah, ik weet het weer. Adriaan van Dis, de grote schrijver!


Nadat de verslaggever zichzelf had vergewist van het feit er toch echt geen sprake was van ruzie tussen beide heren sluit de Volksschrijver af met:

Als de heer van Dis die spullen wil verkopen dan is dat zijn goed recht.

Maar als u het mij niet kwalijk neemt, ik lig nog in mijn kleine bedje en zou graag nog wat slapen.


Inderdaad kocht ik begin 1993, na bemiddeling van Boudewijn Büch, een niet bijster bijzondere collectie Reveana van schrijver/presentator Adriaan van Dis.

Van deze transactie herinner ik mij alleen nog dat ik zonder morren het nogal hoge bedrag dat werd gevraagd heb betaald en daarna via via kreeg te horen dat de heer van Dis zich tekort gedaan voelde.

De door Boudewijn op de inmiddels bekende warrige wijze ingeleide catalogus DE REVE-COLLECTIE VAN ADRIAAN VAN DIS was aanleiding voor mijn eerste en gelukkig ook laatste conflict met Gerard Reve en Joop Schafthuizen.

Tijdschrift De Boekenwereld, 9 februari 1993, wist het euvel (voor hun doen) vrij komisch samen te vatten:

Ook de Meester zelf heeft, blijkens een rood inlegvel, geholpen; hierdoor is er een [...] nieuw Reveanum ontstaan.

Hij maakte er de catalogant op attent dat opname van bepaalde citaten uit brieven een dreigende schending van het auteursrecht inhielden.

Deze incriminerende pagina's zijn er dan ook uitgeknipt.

Is op dit idee, zo een opvallende catalogus te maken, het auteursrecht niet van toepassing?


Was ik inmiddels zelf onbedoeld roofdrukker geworden?

Dat niet alleen, ik had het in mijn overmoed nog veel bonter gemaakt:

Een kalme Gerard Reve en een razende Joop Schafthuizen hadden mij kort daarvoor bij toerbeurt telefonisch het (zeer terechte) verwijt gemaakt dat ik bij het afbeelden van een brief [5] van Reve aan Van Dis verzuimd had het toenmalig Schiedamse woonadres af te dekken.

Ach ja, er zijn van die dingen die je minstens één keer in je leven moet hebben meegemaakt, ruzie met Joop is daar een heel goed voorbeeld van.

Hoe dan ook: het incident werd gauw vergeten, er waren mooie dingen in aantocht.
 


 
Op 13 december 1993 publiceerde NRC Handelsblad een artikel met als ondertitel PROFIEL VAN DE REVEANEN, dat begon met de volgende uitspraak van Boudewijn Büch:

Wat hij ook uithaalt, hij blijft de grootste Nederlandse prozaschrijver van deze eeuw.

Mijn in dit stuk verwerkte uiteenzetting over het verzamelen van Reveana werd door diezelfde Boudewijn Büch minzaam weggezet als "The Poor Man’s Bibliophilia".

In hetzelfde artikel werd melding gemaakt van het feit dat Boudewijn zojuist twee van de drie gedichten had voltooid waarmee hij "de 70e verjaardag van Reve, morgen, kracht bij zet".

In de vroege ochtend van 15 december vond ik alle drie de verzen in mijn faxmachine, met het verzoek contact op te nemen met een Meesterdrukker waar hij - als dichter - en ik - als initiatiefnemer - een voorkeur voor hadden.

De resultaten zouden nog een maand of tien op zich laten wachten.

En kijk, je let even niet op en het is weer zover:
 


 
Onder het motto THE BLUE POET STRIKES AGAIN werd in mijn in maart 1994 verschenen CATALOGUS 10 een nieuwe collectie handschriften, typoscripten, proefdrukken en andere zaken uit het archief van Boudewijn Büch aangeboden, iets dat door de Volkskrant subtiel maar adequaat werd omschreven als:

De gevolgen van de vermakelijke opruimwoede die Boudewijn Büch permanent lijkt te beheersen.

Deze opruimwoede werd door Boudewijn en ondergetekende bij mij in de Kalverstraat doorgenomen met een journaliste van Het Parool, die het verslag op 18 maart 1994 paginagroot in haar krant wist te krijgen onder de kop DE VERZAMELAAR VERZAMELD, een pakkende titel die ik jaren later nog eens zou "lenen" voor mijn allerlaatste Büch-catalogus.

Ach die rommel, ik had het staan in een bananendoos.

Ik heb de inhoud van die doos, omdat hij niet achterop mijn fiets paste in twee plastic zakken geflikkerd en de hele zooi hier naartoe gebracht.

En die catalogus, ik wil het niet zien, ik word er beroerd van.


Normaal gesproken zouden dergelijke kreten desastreus zijn geweest voor de verkoopresultaten, in het geval van Boudewijn niet; het leek alsof mijn klanten niet anders van hem verwachtten.

Het is toch godgeklaagd dat er voor iets van mij meer betaald wordt dan voor een gesigneerde eerste druk van De Avonden van Reve?

Dat is toch een absurde tragiek?


In dit wonderlijke interview, u zou het eigenlijk eens moeten nalezen, wordt overigens ook voor het eerst melding gemaakt van een ander project waar tussen de bedrijven door hard aan gewerkt werd: DE VERZAMELDE GEDICHTEN VAN BOUDEWIJN BUCH.

De bundel zou uiteindelijk eind 1995 verschijnen, maar wel in geheel andere vorm dan beide geïnterviewden op dat moment voor ogen hadden [6].

Catalogus 10 bevatte overigens ook zo'n 70 boeken van diverse schrijvers met opdrachten aan JOHAN POLAK, waaronder een aantal van Boudewijn Büch.

Dit leverde opdrachten op als voor mijn beschermheer en à Johan, in liefde bloeyende.

De illustratie op het omslag van deze catalogus werd speciaal voor de gelegenheid vervaardigd door de graficus Joost Veerkamp, die het gebruiksrecht korte tijd later doorverkocht aan Athenaeum Boekhandel t.g.v het 25-jarig bestaan.
 


 
Ik vraag me af of het sjieke Athenaeum, opgericht door Johan Polak, besefte dat het met een afdankertje van De Slegte van doen had...

Over de classicus/uitgever/collectioneur Johan Polak is alles al gezegd en geschreven; ik heb hem leren kennen als een stijlvolle, hoffelijke, humorvolle man die er eigenaardige aankoopmethodes op nahield.

Want hoewel Johan (klemtoon op de tweede lettergreep) een groot liefhebber was van het werk van Boudewijn Büch en Gerrit Komrij, kocht hij nooit iets voor zichzelf, hij "bemiddelde" altijd voor "een Amerikaanse relatie".

In onze eind 1991 gevoerde correspondentie stonden opmerkingen als:

Beste Eric, waarde collega,

De aanbieding is al naar Amerika gefaxt, maar antwoord kan een poos uitblijven.

De desbetreffende verzamelaar is oud, lastig en heel precies, wat wij zouden noemen: “moeilijk".

In het boek van Komrij is hij erg geïnteresseerd, de luxe Capriccio.


Als er weer eens een koop was gesloten las ik dingen als:

Ik hoop dat je mij de ‘Büchiana’ wilt komen brengen bij een kopje thee, desgewenst opnieuw met een gebakje.

Misschien zondig ik die keer mee om de mooie aanwinsten te vieren!

Zo een kleine onderbreking van het vele werk dat iedere dag gedaan moet worden, inspireert mij erg en nieuwe dingen te horen van en uit de omgeving van het antiquariaat, wat zou mij liever zijn?


Nee, tijdens mijn bezoekjes aan de Keizersgracht ben ik nooit in de bibliotheek geweest, wij dronken thee en aten gebak in de keuken.
 


 
Goed, jij mag deze keer gebakjes meenemen, maar het hoeft echt niet!

Ik ben overigens gedieteerd: geen drup liqueur of alcohol en geen vette crême, maar slagroom mag weer wel, waarom? De hemel zal het weten!


En wij converseerden.

Over het vak.

Over Boudewijn Büch en over Gerard Reve.

Daar wist hij nogal veel van.

Na de noten wijs ik u de weg naar het derde en (wat deze feestelijkheden betreft) laatste deel.


...................................


NOTEN:

[1]
Gerrit Komrij. PRAATJES, met een nawoord door Arie Pos (Leidschendam, Büchmania, 2022), het betreft een separate herdruk over 4 pagina’s van een tekst uit de bundel DEMONEN (Amsterdam, Bezige Bij, 2003), het 27 pagina’s tellende nawoord draagt de titel Bou en Ger, een mooie vriendschap die verzuurde.


[2]
Eens biograaf, altijd biograaf, overal biograaf, ook waar het side projects aangaat.

Geloofwaardigheid voorop, dat is mijn mening.


[3]
Gerrit Komrij in Een en Ander, NRC Handelsblad, 4 maart 1992:

Twaalfduizend gulden! Het is vele malen meer dan ik mijn hele leven met verzenmaken heb verdiend.


[4]
Gerrit Komrij in een faxbericht aan ondergetekende, 23 april 1993:

Inderdaad wist ik niet dat het manuscript [...] van dat jeugdgedicht in uw bezit is.

Mij was verteld dat het […] verkocht was aan een wat oudere man met enige spaarcenten en niet direct geïnteresseerd in literatuur [...].

Laten we alleen hopen dat het goed terechtkomt - bij een jongere man, bijvoorbeeld, zonder spaarcenten en hevig geïnteresseerd in literatuur.


In februari 1996 kon ik van een derde partij het manuscript van Komrijs verzenbundel CAPRICCIO aankopen, Gerrit was zo aardig om belangeloos een begeleidend tekstje te schrijven:
 


 
Het is met grote ontroering dat ik hierbij het kladschrift/manuscript van Capriccio terugzie.

In mijn gedachten waren het onmiddellijk solide regels, maar hier zie ik hoeveel hartebloed er nog door het marmer heen kroop.

Moge het levenspad van de bezitter dezes met rozenbladeren bestrooid zijn!

Capriccio is geschreven - zoals alles wat ik destijds schreef - op bladen uit een Hema kladblok (inmiddels door een specialist ontzuurd heb ik begrepen).

Déze regels zijn geschreven op een vel Hema papier, 100 vel à 4,95 nú 3,-, "chloorvrij en gebleekt".

De tijd schrijdt voort.


Gerrit komrij, u ziet het zelf, wist overal poëzie van te maken.

Ontzuurd of niet, het bleek uiteindelijk een hele klus om dat ding aan de man te brengen.

Maar de handel in Komrijana trok aan: in mijn catalogus PEPER EN ZOUT uit februari 1998 heb ik een groot aantal rechtstreeks uit Portugal overgewaaide zaken kunnen opnemen, waaronder het 162 pagina's tellende (en zoals Gerrit mij verzekerde enige echte originele) manuscript van Komrijs fameuze toneelstuk HET CHEMISCH HUWELIJK uit 1982.
 


 
Aan al deze handel (en ruilhandel) kwam een eind op het moment dat Gerrit in de gaten kreeg dat ik niet van witbier hield en ook postuum loyaal bleef aan "onze wederzijdse vriend".


[5]
Gesneuveld citaat uit de bewuste brief van Reve aan van Dis, 28 april 1985:

[...] maar verder moet het noch doorgestoken kaart, noch 'inmaken' van de gast zijn.

Politiek, ethiek, kunsthistoriese opvattingen, apartheid, kookkunst, paardenpsychologie, strafrecht, vloerverwarming, over elk van die onderwerpen wil ik wel in een gehele reeks uitzendingen - één onderwerp per uitzending - tegen passende vergoeding praten.

Maar geen verbrokkeling alstublieft.



[6]
Ik realiseer me gelukkig net op tijd dat ik me de moeite van verdere uitleg kan besparen omdat iedereen dat boek (inclusief de noodzakelijke Duffelse Beren) alweer vergeten schijnt te zijn.

En dat is misschien maar goed ook.

Het hele boek?

Nee, niet het hele boek natuurlijk, dat verrekte erratum-velletje wordt nog zeer regelmatig in herinnering gebracht.

Het meest besproken erratum uit de geschiedenis van de moderne Nederlandse letteren, een zetfout in de eerste regel van het eerste vers: als het niet was bijgevoegd zou het niemand zijn opgevallen.

Over het "verzamelen" van gedichten gesproken: hoe zou het toch zijn met de persoon die nu al zo'n 21 jaar lang de kopij voor Boudewijns nooit uitgebrachte verzenbundel Rimbaud, Rimbaud achterhoudt?

 

 

door naar DEEL 3 (slot) / terug naar DEEL 2

 

terug naar huis contact!